Het personeelstekort oplossen: mijn ideeën hierover

Personeelstekorten. Je hoort er veel over de laatste tijd. We krijgen er ook steeds meer last van. We willen natuurlijk allemaal een oplossing voor dit probleem, en in dit artikel schrijf ik over een aantal zaken die wat mij betreft moeten veranderen om het personeelstekort in te perken. Het zijn niet allemaal kortetermijnoplossingen, maar wel gewenste oplossingen, aangezien het in veel sectoren nog lange tijd moeilijk is om voldoende personeel te krijgen.

Nou, let’s begin!

Verpleegkundigen: lieve mensen van wie er veel te weinig zijn. Foto door cottonbro: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/mensen-kunst-schilderij-kluis-3957992/

Het mbo niet goed genoeg? Weg met dat imago!

Het mbo heeft een minder goed imago dan het hbo en de universiteit. Het begint al bij termen als ‘laagopgeleid’ en ‘hoogopgeleid’. Alsof iemand met een hbo- of universitair diploma ‘meer’ of ‘beter’ is dan iemand met een mbo-diploma. Of wat dacht je van ouders die hun kinderen pushen om minstens havo te doen en daarna hbo? Of erger nog: ouders die zich schamen omdat hun kind naar het mbo gaat…

Lieve mensen, zonder mbo’ers stort onze maatschappij in. Het is knap vervelend als je naar school of naar de universiteit wilt en de trein rijdt niet vanwege een gebrek aan machinisten of conducteurs. Als je naar het ziekenhuis, zijn er mensen nodig die je kunnen verzorgen. Niet alleen artsen, maar ook mensen die de lakens komen vervangen of jouw eten voor de dag klaarmaken. Daarnaast wil je natuurlijk dat er binnen afzienbare tijd iemand komt om zonnepanelen op je dak te leggen.

Ov-personeel, zorgmedewerkers, installateurs zijn allemaal mbo’ers, en dan heb ik nog lang niet alle mbo-beroepsgroepen genoemd. Deze mensen zijn broodnodig en dus wél goed genoeg.

Mijns inziens moeten scholieren veel meer gestimuleerd worden om de opleiding te kiezen waar ze blij van worden, in plaats van dat ze voor ‘zo hoog mogelijk’ kiezen. We moeten de absurde verwachtingen wat meer loslaten. Natuurlijk hebben we ook hbo’ers en universitair geschoolden nodig (leraren, dokters, rechters, etc.) nodig, maar laten we ook bedenken dat het veel beter is als iemand gelukkig is met een baan op mbo-niveau dan dat diegene doodongelukkig is met een baan op hbo- of universitair niveau.

Ik schreef al eens eerder een stuk over dit onderwerp. Lees hem hier.

Mensen in dienst nemen die aan de zijlijn staan

Creatief zijn is nu wel nodig om aan mensen te komen. Een voorbeeld daarvan is: neem mensen aan die niet helemaal aan het ideale plaatje voldoen. Denk hierbij aan mensen met een arbeidsbeperking. Velen van hen willen en kunnen werken, maar krijgen simpelweg geen kans. Veel werkgevers denken dat ze heel veel tijd in zo’n iemand moeten steken of dat zo’n iemand langzaam werkt. Het is weliswaar zo dat het inwerken van iemand met een arbeidsbeperking wat langer kan duren, maar je krijgt er vaak een zeer betrouwbare, harde werker met hart voor de organisatie voor terug. Even eerlijk: het is toch prima om op school les te krijgen van iemand in een rolstoel? Zo’n iemand kan ook prima achter een kassa zitten met een kleine aanpassing.

De voorgenoemde groep heeft vaak ook scholing nodig. Even een investering, maar daarna zijn deze mensen jarenlang inzetbaar!

Werkgevers die iemand met een arbeidsbeperking aannemen kunnen ook nog eens profiteren van voordelen, bijvoorbeeld een tegemoetkoming in de loonkosten.

Regels aanpassen en flexibeler denken

Er schijnen anno 2022 nog bedrijven te zijn die hun werknemers laten gaan zodra ze de pensioenleeftijd hebben bereikt, want ‘regels zijn regels’. Ook als deze bedrijven staan te springen om personeel.

We moeten eens wat flexibeler gaan denken en meer maatwerk bieden. Dat is beter voor de werknemers en de mensen die gebruikmaken van de diensten van de organisatie. Denken in oplossingen in plaats van problemen, iets waar mensen met een arbeidsbeperking overigens ook heel goed in zijn.

Genoegen nemen met minder

Laten we eerlijk zijn: we leven in een land waarin veel zaken goed geregeld zijn. Bijvoorbeeld: je bestelde pakketje komt de volgende dag, of soms zelfs al op de dag van bestelling. In de meeste gevallen kan het geen kwaad om een extra dag op je pakketje te wachten. Als we dat accepteren, zijn er minder pakketbezorgers nodig.

Een ander voorbeeld: sommige buslijnen rijden zeer frequent. Wellicht kunnen we op sommige plaatsen genoegen nemen met een lagere frequentie, waardoor er minder chauffeurs nodig zijn. Denk hierbij aan een uursdienst in de daluren in plaats van een halfuursdienst.

Trouwens, als we regelmatig blijven thuiswerken en onze colleges af en toe vanuit huis blijven volgen is er ook minder openbaar vervoer nodig, en dus ook minder ov-personeel.

Dit zijn uiteraard maatregelen die een kind kan bedenken, maar het gaat er mij hier om dat we er misschien genoegen mee moeten nemen.

Gedrag aanpassen

We kunnen ook ons gedrag aanpassen om minder afhankelijk te zijn van anderen. Als we vaker zelf naar de winkel gaan, hoeft een pakketbezorger onze aankoop niet te komen brengen. Als we ons wat beter gedragen, zijn er minder politieagenten en beveiligers nodig om ons in het gareel te houden. Als we vaker de fiets pakken hoeven er minder bussen te rijden en zijn er minder chauffeurs nodig. Et cetera, et cetera, et cetera.

Uiteraard weet ik dat het personeelstekort een complex probleem is dat niet zomaar is opgelost. Ik ben er echter van overtuigd dat enkele kleine veranderingen een hoop verlichting kunnen geven. Alle beetjes helpen!

DIT is wat ik zie!

Iedereen die mij kent weet dat ik slechtziend ben. Maar wat zie ik nou precies? Dat is lastig uit te leggen, zeker in mijn geval. In deze blog ga ik mijn best doen om een zo duidelijk mogelijke omschrijving van mijn zicht te geven.

Deze blog is geen compleet antwoord op de vraag: ‘wat ziet iemand die slechtziend is?’, maar geeft wel een indruk.

Mijn exemplaren werken niet zo goed. Foto door Mustafa ezz: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/ondiepe-focusfotografie-van-menselijke-ogen-834783/

Even in het kort: wat heb ik?

Ik heb sinds mijn geboorte retinitis pigmentosa. Dit is een oogaandoening waarbij de cellen in het netvlies kapotgaan. Het begint met nachtblindheid, vervolgens valt het gezichtsveld weg totdat er een klein stukje centraal zicht (een kokertje) overblijft. Uiteindelijk verslechtert dat ook, de ziekte leidt dus tot blindheid. Het is een genetische aandoening.

Er bestaan veel variaties op deze aandoening, omdat het door veel verschillende gendefecten veroorzaakt kan worden. Tegen ‘mijn’ gendefect is nu een behandeling beschikbaar die verdere verslechtering moet tegengaan en het resterende zicht kan verbeteren. Deze behandeling, waarbij een gezond gen onder narcose in het oog wordt aangebracht, heb ik in 2021 ondergaan.

Gezichtsscherpte

Qua gezichtsscherpte zit ik met mijn linkeroog op 50% en met mijn rechteroog op 63%. Dat betekent dat ik een bord dat jullie op 100 meter afstand kunnen lezen met mijn linkeroog dus op 50 meter afstand kan lezen en met mijn rechteroog op 63 meter. Hoe het met beide ogen samen precies zit weet ik niet, maar lezen op een afstand gaat me, met goed licht, nog redelijk goed af.

Kleuren

Mijn kleurwaarneming is enigszins verstoord. Kleuren als blauw en groen kan ik niet altijd goed onderscheiden. Bij het kaartspel UNO haal ik deze kleuren ook vaak door elkaar. Roze en oranje kan ik ook moeilijk onderscheiden. In een kledingwinkel vraag ik het liefste toch maar aan iemand welke kleur iets heeft voordat ik het koop.

En nee, ik koop geen roze kleding!

Diepte

Mijn dieptezicht is naar wat ik weet niet heel goed. Ik kan wel zien of iets verder weg is, doordat het dan kleiner is dan als het dichterbij staat. Echter, een kleine trap die niet goed gemarkeerd is wil ik nog weleens missen. Dit komt echter ook door mijn beperkte gezichtsveld, hierover lees je hieronder meer.

Gezichtsveld

Veel mensen met mijn aandoening hebben een kokervisie. Bij mij is het net even anders.

Rondom het midden van mijn gezichtsveld zit een soort ring waarin het beeld grotendeels is weggevallen. Ik merk dat ik in dat gebied soms wel bewegende dingen kan waarnemen als het contrast en het licht goed zijn, maar het blijft vaag. Dingen die stilstaan zie ik in dat gebied helemaal niet. Om even een voorbeeld te geven: als jij tegenover mij zit op een meter afstand, we bewegen allebei niet en ik kijk je strak aan, dan zie ik maar een deel van je gezicht. Als ik of jij met het hoofd beweegt zie ik meer van je gezicht.

Om de vage ring heen heb ik geen gezichtsvelduitval, waardoor ik nog wel vanuit mijn ooghoeken kan waarnemen.

Aan de onderkant van mijn gezichtsveld zit ook weer zo’n ‘vage’ zone. Deze zit bijna aan de ring vast. Hierdoor moet ik goed opletten of ik niet over stoeprandjes struikel. In drukke, vreemde omgevingen kan ik beter met een taststok lopen, want een trappetje naar beneden wil ik, zoals ik al eerder benoemde, nog weleens missen.

Donker en licht

Mensen met ‘normale’ ogen moeten ook wennen aan donker en licht, maar bij mij zit dat net iets anders.

Als het buiten donker is en ik loop niet onder lantaarnpalen is mijn beeld grotendeels zwart. Ik zie dan geen stoepranden en ik zie dan niet hoe een pad loopt. Ik gebruik dan ook een taststok om veilig over straat te kunnen.

Als er wel licht is van lantaarnpalen is zie ik fietsers als zwarte schimmen voorbij komen als ze in mijn koker vallen. Voor mijn behandeling zag ik alleen hun voor- en/of achterlicht. Voorbijkomende wandelaars zie ik ook als zwarte schimmen, voor de behandeling zag ik ze helemaal niet.

Bij veel licht van lantaarnpalen op bekend terrein kan ik in feite mijn taststok wegstoppen en dan zou ik met mijn herkenningsstok kunnen lopen. Echter, iedere keer wisselen is onpraktisch. Ik zou dat dan zowat om de tien seconden moeten doen, dus soms duw ik mijn taststok gewoon als een soort karretje voor me uit.

Als ik van licht naar donker ga of omgekeerd, moet ik altijd even wennen. Bij het van licht naar donker gaan is het gelukkig wel minder lang vergeleken met voor mijn behandeling.

Ik heb vaak last van overmatig licht. Daarom doe ik thuis niet meer lampen aan dan nodig en draag ik bij helder of zonnig weer altijd een zonnebril. Een hoed zou me ook kunnen helpen om het licht van boven te filteren, want zelfs met een zonnebril heb ik daar nog last van. Bij overmatig licht worden mijn ogen snel moe en zie ik een soort mist.

Welke dingen kan ik niet vanwege mijn visuele beperking?

Voornamelijk dingen waarvoor een goed gezichtsveld nodig is, zoals balsporten, fietsen en autorijden. Verder zijn veel dingen lastiger, zoals een bepaald product vinden in een onbekende winkel of me oriënteren in een onbekend gebouw.

Wat kan ik wel?

Met behulp van Google Maps kan ik me redden in een onbekende omgeving, al kost het veel energie. Hartje Den Haag is bijvoorbeeld een plek waar ik niet graag alleen naartoe zou gaan, het centrum van Amsterdam overigens ook niet, al ken ik dat wel een beetje. Het continu ‘scannen’ van een drukke omgeving is vermoeiend. Dat wil echter niet zeggen dat ik niet zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen, want dat gaat me heel goed af.

Andere dingen die goed gaan zijn bijvoorbeeld: gezichten herkennen, lezen en details herkennen. Daardoor kan ik mijn administratie en mijn inkopen prima doen.

Het huishouden doe ik deels zelf, ik krijg ondersteuning, omdat ik niet al het vuil zie liggen.

In feite kan ik de meeste dingen gewoon doen, maar ze kosten vaak wel wat meer tijd en energie.

Welke hulpmiddelen gebruik ik?

Overdag loop ik meestal met een herkenningsstok. Deze stok is puur om aan mensen te laten zien dat ik slechtziend ben; hij reikt niet tot de grond. Ik gebruik hem soms wel om te voelen waar de stoeprand is of om te checken of ik na het oversteken niet tegen een paaltje aanloop (door hem heen en weer te bewegen voordat ik de stoep opstap).

Als het donker is gebruik ik een taststok; een stok die tot de grond komt. Ik merk echter dat ik hem vaker wil gebruiken in bijvoorbeeld onbekende gebouwen of op drukke, onbekende plekken, vanwege de eerder genoemde, beruchte trappetjes. Ik vind dat nog lastig om te accepteren, maar ik wil me eroverheen zetten.

Ik gebruik kleuromkering op mijn Macbook en iPhone. Op die manier kan ik ervoor zorgen dat letters wit worden en de achtergrond zwart. Dat leest voor mij ontspannender dan zwarte letters op een witte achtergrond, sinds ik na mijn behandeling gevoeliger ben geworden voor licht. Ik kan de kleuren weer ‘normaal’ zetten als ik bijvoorbeeld een foto of video wil bekijken.

Tot slot gebruik ik minimale vergroting, omdat letters voor mij soms toch net wat te klein zijn.

Het was een lange blog, maar hopelijk heb ik een zo goed mogelijk beeld van mijn visuele beperking kunnen geven! Ik hoop dat jullie nu beter begrijpen wat een visuele beperking kan inhouden.

Dingen die mijn autisme mij gebracht heeft

Als kind kreeg ik de diagnose autisme. Veel mensen beschouwen het nog steeds als een verschrikkelijke ziekte die kost wat kost genezen moet worden. Het leek me daarom eens tijd om te schrijven over een aantal zaken die ik zonder mijn autisme niet gehad of beseft zou hebben.

Foto door Tara Winstead: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/hart-motief-bordspel-speelgoed-8386122/

Het besef dat niet alles vanzelfsprekend is

Het is niet vanzelfsprekend dat je zomaar elke opleiding kunt kiezen, dat je goed mee kunt komen op school of werk of dat je van de ene op de andere dag zelfstandig gaat wonen.

Ik ben nog niet waar ik wil zijn in het leven, maar ik heb voor de dingen die ik heb bereikt harder moeten werken dan de meeste mensen. Zo heb ik, voordat ik zelfstandig ging wonen, 2 ½ jaar begeleid gewoond. Daarnaast was het, toen ik nog jong was, nog maar de vraag of, of vrijwel ondenkbaar dat ik:

  • mijn zwemdiploma zou halen
  • veters zou kunnen strikken
  • zelfstandig met het openbaar vervoer zou kunnen reizen
  • zelf mijn zaken aan de telefoon zou kunnen regelen
  • zelf mijn administratie zou kunnen doen
  • ooit zonder begeleiding/coaching met betrekking tot mijn autisme zou kunnen
  • nu zelf mensen begeleid, ook al is het als vrijwilliger
  • überhaupt zo zelfstandig zou worden als ik nu ben, en dat terwijl ik naast mijn autisme ook nog een visuele beperking heb

Ik wil iedereen zonder beperking meegeven dat je blij moet zijn met het feit dat de meeste dingen je zo makkelijk afgaan, want het is niet vanzelfsprekend.

Talenten

Mensen met autisme hebben vaak een of een aantal dingen waar ze heel goed in zijn of veel over weten. Nu is dat niet altijd even nuttig, maar soms wel.

Ik weet veel over talen. Ik beheers niet alleen een hele hoop talen op verschillende niveaus, ik kan ook zaken begrijpen van talen waar ik nog nooit een cursus voor gevolgd heb. Doordat ik Pools spreek en ook enige kennis van het Oekraïens en het Russisch heb kan ik ook bijvoorbeeld het Servisch of het Tsjechisch deels ontcijferen.

Zonder mijn autisme was deze interesse en kennis waarschijnlijk niet zo sterk geweest.

Doorzettingsvermogen

Doordat ik besef dat niet alles voor mij vanzelfsprekend is en dat veel dingen voor mij lastiger zijn dan voor de meeste anderen, heb ik veel doorzettingsvermogen. Ik laat me niet zomaar van de wijs brengen door een tegenslag, ook niet als het me vaker dan een keer tegenzit.

Andere positieve eigenschappen

Ik heb oog voor detail, ik ben eerlijk en over het algemeen positief ingesteld. Ik neem mijn leven voldoende serieus en ik doe wat er van mij gevraagd wordt.

Oké, genoeg gepocht op mezelf. Volgende punt!

Breed wereldbeeld

Dit heeft niet meteen met mijn autisme te maken, maar het heeft wel een rol gespeeld.

Ik moest als kind naar het speciaal onderwijs. Mijn broer en zussen zaten op een christelijke basisschool in een streng gereformeerd dorp. Mijn school was niet christelijk en lag net buiten een middelgrote stad. Ik denk dat ik al op jongere leeftijd veel meer wist over verschillende religies, culturen, denkwijzen, enzovoorts. Denk hierbij ook aan zaken als klimaatverandering.

Tegenwoordig ben ik een ruimdenkend persoon die goed kan argumenteren en die zaken vanuit verschillende oogpunten kan bekijken. Dat was zonder mijn schoolverleden misschien wel anders geweest.

Niet dat mijn broer en zussen nou zoveel slechter zijn geworden van de christelijke basisschool, maar ik ben wel trots op hoe ik over bepaalde zaken denk.

Dit is alweer het einde van dit artikel. Ik hoop dat ik hiermee heb bijgedragen aan een positiever beeld over autisme. Hoewel het ook zo zijn nadelen heeft valt er prima mee te leven!